1. Douchen doe je de avond ervoor al
slaap1

2. Net als je kledij uitkiezen
slaap2

3. En je boterhammen maken!
slaap3

4. Ontbijten sla je over
slaap4

5. Het alarm van je wekkerradio moet je meermaals afzetten
slaap5

6. Praten voor 9u ’s morgens lukt moeilijk
slaap8

7. Op deze manier ga je naar het werk
slaap10

8. Vaak ben je ook te laat
slaap11

9. Als mensen praten over de zonsopgang
slaap12

10. Zonsondergangen zijn veel leuker
slaap14

11. Tot middag is dit je gelaatsuitdrukking
slaap15

12. Mensen vragen of je boos bent
slaap16

13. Je haat vrolijke mensen in de ochtend
slaap17

14. Je kijkt alweer uit naar je bedje
slaap18

15. Of naar als je kan uitslapen op zaterdag
slaap19

16. Langs de andere kant, ben je ’s avonds veel productiever dan andere mensen
slaap20